Wajisjlach

afbreking: Wa·jisj·lach [ ? ]
herkomst: Hebreeuws [ ? ]
letterlijk: 'en hij zond';  

  beginwoord, tevens naam van de perikoop Beresjiet 32:4-36:43 [ ? ]

© SHJ Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, 2010-